Recensies / Literaire kritiek over ‘Circulaire systemen’
“[…] een wonderlijk concept.”
Erik Lindner - in: De Groene Amsterdammer.
“[…] de mens heeft een grote fascinatie voor alles wat roteert, omdat er een systeem in zit. Zoiets zou een gevoel van veiligheid moeten geven, maar doet dat vaak niet. Bogaert reikt boeiende routes aan om aan elke systematisering te ontsnappen. Maar is daar wel een ontkomen aan? ‘Men verdooft zich / in een vaststelling van honderdduizend dingen.’ ”
Paul Demets - in: Knack. Meer.
“Zijn 26 gedichten schuiven een ‘men’ naar voren, het onpersoonlijke voornaamwoord dat je vooral aantreft in recepten en instructies. Een onpoëtisch woord. Ook de stijl en woordkeuze van deze tienregelige gedichten hebben iets hards en zakelijks. Ze gaan vaak over onmenselijk genoemde technische dingen als een roltrap, een draaideur, een betonmolen, een kinetic watch. Maar is ook de mens (bloedsomloop, ademhaling) geen circulair systeem? […]
Betoverende, elektriserende helderheid, […] het waarmerk van een dichter die ons beeld van wat literatuur is, omwentelt.”
Erik de Smedt - in: Leesidee. - Het hele artikel.
“Er is maar één definitieve manier om aan de kringloop te ontsnappen: de dood. Door de manier waarop klokken functioneren, lijkt de tijd circulair, maar dat is schijn.”
“Zijn nieuwe bundel is een hoogst particulier product […] een beklemmende tredmolen.”
Piet Gerbrandy - in: De Volkskrant. - Het hele artikel.
“Opvallend is dat niet het circulaire overweegt, noch de systematiek maar het alledaagse en het menselijke. Niet alleen zijn de meeste van Bogaerts circulaire systemen zo concreet en gewoon als airconditioning of een mengmachine, ze spelen zich meestal af in de openbaarheid. Dat zou je bij een eerste lezing niet zeggen.”
Dietlinde Willockx - in: Tijd Cultuur. - Het hele artikel.
“Toch loont het de moeite […] de bundel nog een tweede, een derde, zelfs een vierde keer te lezen. Beetje bij beetje ontdek je zo de indrukwekkende samenhang, en raak je meer en meer vertrouwd met het eigenzinnige wereldbeeld van de auteur.”
Bart van der Straeten - in: Ons Erfdeel. - Het hele artikel.
“[…] wat Bogaert uitzonderlijk goed kan: zijn gedichten iets laten dóen in plaats van ze iets laten vertellen. Hoewel zijn poëzie ogenschijnlijk geen spectaculaire vorm heeft, gebruikt hij die wel op een spectaculaire manier.”
Yra van Dijk - in: Yang. - Het hele artikel.
“Het doel van het verlangen is niet de uiteindelijke volledige vervulling. Integendeel zelfs, een vervulling van het verlangen, zou tot vernietiging leiden. Het doel van het verlangen is net gelegen in een voortdurende reproductie ervan in een circulaire beweging.”
Anne Decelle - in: Bzzlletin. - Het hele artikel.
“Deze gedichten zorgen […] voor een ontwenningskuur, het opgeven van stereotiepe zienswijzen, het doorbreken van geijkte verwachtingspatronen. Ze spreken opvallend ongewoon over het onopvallend gewone.”
Joris Gerits - in: Streven. - Het hele artikel.
“[…] een zeer fascinerende bundel van een dichter die opnieuw bewijst dat hij een van de interessantste Nederlandstalige dichters is.”
Jos Joosten - in: De Standaard. - Het hele artikel.
“Bogaert ironiseert het behoedzame taalgebruik van de wetenschappelijke verhandeling (een procédé dat hij ook in zijn bibliofiel uitgegeven bundel Toespraak uit 1998 al zeer succesvol toepaste) en hij confronteert zijn lezer met de hopeloosheid van het streven aan de onpersoonlijkheid van dat soort retoriek te ontsnappen, ook als het er wérkelijk toe doet wat er gezegd wordt. ‘De onderlip / krult naar wat een hersenkwab / vol echo’s in gevangenschap dicteert’.”
Thomas Vaessens - in: Het Financieele Dagblad. Meer.
Overzicht van recensies / literaire kritiek over Circulaire systemen
- BREMS, Hugo - [fragment]
In: Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005, Uitgeverij Bert Bakker, 2006, p. 658.
- DECELLE, Anne - ‘Iets paradijselijks met tapis-plain. De Circulaire systemen van Paul Bogaert door de schele blik van Slavoj Zizek’
In: Bzzlletin, vol. 32 (2003), nr. 287 (november), p. 40-52.
- DEMETS, Paul - ‘Hoe snel is men geroerd!’
In: Knack, 04-09-2002, p. 66-68.
- DE SMEDT, Erik - ‘Paul Bogaert. Circulaire systemen’
In: Leesidee, 5/2002, 06-09-2002, p. 453.
- GERITS, Joris - ‘Niemand ontsnapt aan gewenning, tenzij de lezer van de ongewone gedichten van Paul Bogaert’
In: Streven, jg. 69/6 (juni 2002), p. 556-559.
- GERBRANDY, Piet - ‘Poëtische machines’
In: De Volkskrant, 26-04-2002, p.22
- GROENEWEGEN, Hans - Korte bespreking
Op: NBD/Biblion
- JOORIS, Roland - ‘Estafette - Roland Jooris nodigt uit’
In: NRC Handelsblad, 06-05-2006, p. 20.
- JOOSTEN, Jos - ‘Snel verleid door iets wat past. Fascinerende nieuwe Paul Bogaert‘
In: De Standaard, 16-05-2002, SdL p.4.
- JOOSTEN, Jos - ‘Nieuwe Belgen. Paul Bogaert, Miguel Declercq en Jan Lauwereyns’
In: Onttachtiging. Essays over eigentijdse poëzie en poëziekritiek, Vantilt, 2003, p. 213-221.
- KREGTING, Marc - ‘De plannen en de daden die niet te rijmen zijn’
In: Laden en lossen. Confrontaties, Uitgeverij Vantilt, 2006, p. 32-44.
- LINDNER, Erik - ‘Meedogenloos eerlijk’
In: De Groene Amsterdammer, 4-9-2009, p. 57.
- T’SJOEN, Yves - ‘Ik ben er niet gerust in. Over de poëzie van Paul Bogaert’
In: Stem en tegenstem. Over poëzie en poëtica, Atlas, 2004.
- T’SJOEN, Yves (red.) - Koen VERGEER, Elke BREMS, Hans GROENEWEGEN - ‘Facettenoog. Poëziedossier’. [Over gedichten van Erik Spinoy, Ingmar Heytze, Luuk Gruwez, Esther Jansma, Ilja Leonard Pfeijffer, Paul Bogaert en F. van Dixhoorn].
In: Revolver, 121, jg.30/4, maart 2004, p.46-71.
- VAESSENS, Thomas - ‘Dichters tegen de ontboezeming’
In: Het Financieele Dagblad, 20-07-2002.
- VAN DER HAVE, Milla - ‘Poëzie kort’
In: Meander op Zondag, afl. 194 / 18 augustus 2002.
- VAN DER STRAETEN, Bart - ‘Volkomen glad. Nieuwe verzen van Paul Bogaert’
In: Ons Erfdeel - 2002, nr 3, pp. 438-440.
- VAN DER STRAETEN, Bart - ‘Het gedicht als hinderlaag’
In: Tijd Cultuur, 30-01-2002, p. 20.
- VAN DER STRAETEN, Bart - ‘De eeuw van de knoppen. Paul Bogaert, Bart Meuleman, Jeroen Theunissen en de “post-postmoderne” poëzie in Vlaanderen’
In: Ons Erfdeel, 2006, nr. 4 , p. 547-559.
- VAN DIJK, Yra - ‘Een angsthaas in een reuzenrad. Over Circulaire systemen van Paul Bogaert [Meulenhoff]’
In: Yang, 2002/2, p. 374-379.
- WILLOCKX, Dietlinde - ‘Al wat men verlangt, al wat men bestrijdt’
In: Tijd Cultuur, 08-05-2002, p.25.