[Finale] 1

Kijk, een bloemstuk wordt in beeld gebracht
met daarop de naam van het concours.
De mensen in de zaal zijn gezeten zacht

van aard. Kijken zij, kijken wij naar
waar het gebeuren gaat: de gladde vloer.
Wie waagt zich hier aan commentaar?

De jury dan die zitting houdt.
Voor de camera lachen zij - de zakken vol obolen -
zichzelf deskundig weg.

Dan weer die open plek nu hel verlicht
door spots: de grond.
En dan - applaus - een donker gat

waaruit
zij zich verspreiden.
Dan het moment, als in een ogenblik het publiek

verstilt en zij per twee ter plekke
in het vinden van hun houding lijken te verstenen,
waarop men wacht op de muziek.






Recensies / Literaire kritiek waarin dit gedicht ter sprake komt


Reageer op dit gedicht