[Finale] 4

Daar staan ze dan,
spoelt het applaus niet weg,
buigen ze nog een keer.

Pas als de boeketten komen, glijden
hun handen uit elkaar.
Ze drijven naar de kant en lopen

leeg. Hoe lang houdt dit nog stand?
Zo buiten adem staan ze daar
te zweten. Gaan ze zitten,

zit er een oude vrouw tussen hen in.
Wat fluistert zij hen toe?
Het is een heks, een schikgodin.

Ze veinst tevredenheid, moederlijk houdt zij
hen in de hand. Waar wacht ze op? Hoe
speelt zij wat gepland is, klaar?

Kijk, ze lachen van de zurigheid.
Doet zij gif in citrusvruchten
of hanteert zij daar een schaar?

 






Recensies / Literaire kritiek waarin dit gedicht ter sprake komt


Reageer op dit gedicht