Circulaire systemen

Onderstaande recensie over de bundel Circulaire systemen van Paul Bogaert verscheen in: Leesidee, 5/2002, 06-09-2002, p. 453.

Circulaire systemen. Gedichten.

Circulaire systemen

Erik De Smedt

Een van de taaie misvattingen over poëzie is dat ze alleen met gevoelsuitdrukking te maken heeft, met biecht en belijdenis. Vele bloemlezingen en het gros van de dichters bevestigen die opvatting, gesteund door de emocultuur, vergetend dat het ‘ik’ reddeloos is. In Paul Bogaerts tweede bundel komt de ikvorm slechts eenmaal voor: “Het is echter geweten: laat men een persoonsvorm los, / een ikfiguur, men hoort een vogel / in een schroef, men trapt in een refrein. [14]” In die val wil de post-postmoderne dichter niet trappen. Zijn 26 gedichten schuiven een ‘men’ naar voren, het onpersoonlijke voornaamwoord dat je vooral aantreft in recepten en instructies. Een onpoëtisch woord.

Ook de stijl en de woordkeuze van deze tienregelige gedichten hebben iets hards en zakelijks. Ze gaan vaak over onmenselijk genoemde technische dingen als een roltrap, een draaideur, een betonmolen, een kinetic watch. Maar is ook de mens (bloedsomloop, ademhaling) geen circulair systeem? Het alfabet, de taal die ons gevangen houdt, het systeem dat ons de wereld voorschotelt? En het lezen, dat lijf-aan-lijfgevecht met de tekst en de auteur? Als men zich door deze Circulaire systemen beweegt, wisselt men voortdurend tussen een zakelijke, objectieve en een subjectieve, antropomorfe interpretatie. Daarvoor zorgt de meerduidigheid van woorden en zinsconstructies: ‘opwinding’, ‘als er iemand iets invalt’, ‘door de afstand opgelicht’, ‘cv-model’ (centrale verwarming en curriculum vitae).

Bogaert construeert gedichten als pas-stukken, die men uit kan proberen, die afstoten en aantrekken, en die vooral in hun compacte, onnadrukkelijk schitterende taalvorm blijven fascineren. Misschien voelt u niets voor gedichten waar u nauwelijks vat op krijgt, die in geen vertrouwd schema vallen. “Ook u herhaalt uw angsten / dan in stop! stop! stop! stop nu! / Niemand echter krijgt dat vertaald / naar later, slechte vrienden, speeltuintuig / aan wie waaraan in wie waarin men zich bezeert. [06]” Betoverende, elektriserende helderheid, sinds Welcome hygiene (1996) en Toespraak (1998) het waarmerk van een dichter die ons beeld van wat literatuur is omwentelt.

DE SMEDT, Erik – ‘Paul Bogaert. Circulaire systemen’ – In: Leesidee, 5/2002, 06-09-2002, p. 453.