{"id":2821,"date":"2024-11-23T17:45:41","date_gmt":"2024-11-23T16:45:41","guid":{"rendered":"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/?page_id=2821"},"modified":"2024-11-23T17:45:41","modified_gmt":"2024-11-23T16:45:41","slug":"twee-toespraken-en-een-lied","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/twee-toespraken-en-een-lied\/","title":{"rendered":"Twee toespraken en een lied"},"content":{"rendered":"\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Onderstaand <strong>essay&nbsp;<\/strong>over de bundel <strong>AUB<\/strong> van <strong>Paul Bogaert<\/strong> werd gepubliceerd in <em>Ergens beginnen\u2019. Bijdragen over Nederlandse po\u00ebzie (1967-2009) voor Hugo Brems bij zijn emeritaat<\/em> (onder redactie van Dirk de Geest, Marc van Vaeck, Piet Couttenier), Peeters, Leuven, <strong>2009<\/strong>, p. 324-333.<br><\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image is-resized\"><a href=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" src=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/flapAUB-225x300.gif\" alt=\"AUB . Gedichten.\" class=\"wp-image-110\" width=\"113\" height=\"150\"\/><\/a><\/figure>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Twee toespraken en een lied. Over AUB van Paul Bogaert. <\/h2>\n\n\n\n<h6 class=\"wp-block-heading\"><strong>Koen Rymenants<\/strong><\/h6>\n\n\n\n<div style=\"height:25px\" aria-hidden=\"true\" class=\"wp-block-spacer\"><\/div>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">In een interview uit 2002 verklaart Paul Bogaert: \u2018Het is op zich een slechte gewoonte om bewust \u201cpo\u00ebticale gedichten\u201d te schrijven, maar nog slechter is de gewoonte om die vooraan of achteraan in een bundel te plaatsen\u2019 (Peeters 2002, 69). Toch lijkt de dichter zich in <em><strong><a href=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\">AUB<\/a> <\/strong><\/em>(2006), na <em>WELCOME HYGIENE <\/em>(1996)en <em>Circulaire systemen <\/em>(2002) zijn derde reguliere bundel, aan beide gewoontes te hebben overgegeven door een lang po\u00ebticaal slotgedicht op te nemen. Zo is het tenminste door diverse critici ge\u00efnterpreteerd, al hechten zij daar geen negatief waardeoordeel aan. In de inhoudsopgave figureert het gedicht, net als de 39 andere, alleen met zijn beginregel: \u2018Ik zal u toespreken in het kader van de nacht\u2019. Via twee witregels wordt het daar overigens duidelijk als een apart onderdeel gepresenteerd, enigszins los van de andere gedichten. In de bundel zelf krijgt het gedicht de voettitel \u2018Toespraak\u2019 mee, en het colofon meldt: \u2018TOESPRAAK is een licht gewijzigde versie van het gedicht in de bibliofiele uitgave toespraak (druksel, Gent, 1998)\u2019. Licht gewijzigd mag een <em>understatement <\/em>heten. Zo is er behoorlijk gesleuteld aan de indeling in strofen en verzen. De individuele wijzigingen zijn doorgaans klein, maar wel veel te talrijk om hier op te sommen. Het opvallendste resultaat ervan is dat het gedicht in <em>AUB <\/em>bestaat uit 26 vijfregelige strofen, gevolgd door een tienregelige slotstrofe \u2013 140 verzen in totaal \u2013 terwijl de bibliofiele uitgave 30 strofen van vijf verzen telt: tien verzen meer dus. Voorts zijn er ook meer ingrijpende wijzigingen in de formulering; op sommige daarvan kom ik nog terug. Tenzij anders vermeld komen de citaten in wat volgt steeds uit de <em>AUB<\/em>-versie.<br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Zoals de voettitel suggereert, is het <a href=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/inhoud\/toespraak\">gedicht<\/a> een \u2018Toespraak\u2019, waarin de ikfiguur het woord richt tot een \u2018u\u2019. Het belangrijkste onderwerp van dat spreken is evenwel opnieuw een toespraak, die op een niet nader bepaald moment in de toekomst zal worden gehouden. Die cruciale dubbelheid blijkt meteen uit de openingsstrofe:<br><\/p>\n\n\n\n<p style=\"background-color:#c6d5dc;font-size:14px\" class=\"has-background wp-block-paragraph\">Ik zal u toespreken in het kader van de nacht<br>waarin men niet kan slapen.<br>Ik zal niet ontkennen<br>dat ik u daarvoor nodig heb en<br>dat ik u daarvoor, zeker in het begin, in de ogen kijken zal.<br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De ik zet vervolgens uitvoerig uiteen wat de mogelijkheidsvoorwaarden van die toekomstige toespraak zoal zijn, hoe ze zal verlopen en welke retorische technieken hij daarbij zal inzetten. Die doorgedreven reflectie op het spreken is, zoals gezegd, vaak po\u00ebticaal ge\u00efnterpreteerd: wat hier betoogd wordt over het houden van een toespraak zou ook bepaalde opvattingen impliceren over po\u00ebzie, in het bijzonder over de po\u00ebzie van Bogaert en over de bundel <em>AUB<\/em>. Jos Joosten bijvoorbeeld formuleert het als volgt: \u2018Het ligt voor de hand dit lange slotgedicht ook te lezen als uiteenzetting over de po\u00ebzie zelf, met alle handgrepen, technieken en pogingen van de dichter om zijn lezer te verleiden. [\u2026] Zo is <em>AUB <\/em>tegen het einde plots te lezen als pleidooi voor de po\u00ebzie\u2019 (Joosten 2006). De manier waarop de ik zijn toespraak aankondigt, zet nog extra aan tot zo\u2019n lezing doordat hij vaak literaire of literair te interpreteren termen gebruikt. Zo zegt hij een beroep te zullen doen op \u2018de truc van de herhaling en de terreur van het <em>refrein<\/em>\u2019, op \u2018de <em>beelden<\/em> die ik treffend vind\u2019, op \u2018<em>vergelijkingen<\/em> en cijfers\u2019. Toch is de parallelschakeling van toespraak en gedicht niet evident. De spreker zegt ook: \u2018Ik zal het dan in uw aanwezigheid\/ over de plannen en de daden hebben\/ die niet te rijmen zijn\u2019. \u2018Niet te rijmen\u2019: die \u2018plannen\u2019 en \u2018daden\u2019 zijn dus niet met elkaar in overeenstemming te brengen, maar ze zijn wellicht ook niet po\u00ebtisch, niet in (rijmende) po\u00ebzie te vatten. De retoriek van de toespraak mag daarenboven wel van toepassing lijken op de po\u00ebzie, tegelijk wordt ze ook ontmanteld, zoals vooral Marc Kregting en Dirk de Geest hebben laten zien. De voortdurende oprechtheidsclaims van de spreker en het nadrukkelijk etaleren van de vermeende effectiviteit van zijn retorische kunstgrepen staan in schril contrast met zijn onzekerheid en met de wrevel die zijn betoog kan oproepen door de talloze herhalingen. Vandaar dat De Geest concludeert: \u2018deze toespraak is volstrekt ineffici\u00ebnt en enkel daardoor zo krachtig als lyrische uitdrukking\u2019 (De Geest 2006, 459).<br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Aan deze po\u00ebticale duidingen van \u2018Toespraak\u2019 voeg ik hier nog een laagje toe. Naast het heden van de \u2018Toespraak\u2019 en het verder onbepaalde moment van de toekomstige toespraak valt namelijk nog een derde tijdsniveau in het gedicht te onderscheiden. Op dat niveau ligt een po\u00ebticale lezing misschien zelfs meer voor de hand dan wanneer het over de te houden toespraak gaat. Daarna zal de spreker volgens de derde strofe namelijk voor de dag komen met een lied<br><\/p>\n\n\n\n<p style=\"background-color:#c6d5dc;font-size:14px\" class=\"has-background wp-block-paragraph\">Achteraf zal ik u de tekst bezorgen<br>van een lied, de woorden van een song,<br>met daarin \u2013 als vangst \u2013<br>de neerslag van uw ogen en al<br>wat men van de hypofyse kan verlangen.<br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het lied, met de dichter als zanger, is een traditionele metafoor voor de po\u00ebzie. Wat de spreker zegt over het tot stand komen en de lotgevallen van dat lied zou dus ook iets kunnen verraden van een po\u00ebzieopvatting. Zoals te verwachten valt, wordt de klassieke metafoor enigszins bijgesteld. Dat blijkt meteen uit de nevenschikking van \u2018de tekst [\u2026] van een lied\u2019 met \u2018de woorden van een song\u2019, een formulering die eerder aan de populaire cultuur dan aan de po\u00ebzie doet denken. Bovendien valt de nadruk minder op de zanger dan op zijn publiek. Het lied is niet alleen bestemd voor de \u2018u\u2019, maar ook door die \u2018u\u2019 ge\u00efnspireerd. Het is op de een of andere manier het resultaat van de ontmoeting tussen de spreker en zijn gehoor, met name van het in de eerste strofe aangekondigde oogcontact. Zo claimt de ik dat de liedtekst \u2018de neerslag van uw ogen\u2019 zal bevatten. Lezen we \u2018neerslag\u2019 als \u2018regen\u2019, dan zou het hier kunnen gaan om de tranen, de emoties die hij bij het publiek zal hebben opgewekt met zijn toespraak. Meer in het algemeen hebben we te maken met een variatie op de aloude voorstelling van de ogen als vensters van de ziel (Goud 2003, 37-39). De ik kan de zielstoestand van de toehoorders kennelijk aflezen uit hun blik, en vervolgens in zijn lied neerleggen. Of valt \u2018neerslag\u2019 hier juist op te vatten als het neerslaan van de ogen? Dan brengt dat bij de ik misschien het proces op gang dat Bogaert later in zijn essay <em>Verwondingen <\/em>heeft omschreven: \u2018Mensen met gesloten ogen maken ons nieuwsgierig. [\u2026] Als de ogen van de ander dicht gaan, <em>moet <\/em>de eigen verbeelding werken, tot de gordijnen weer open gaan\u2019 (Bogaert 2008, 32). En er is meer: in het lied zit ook \u2018al\/ wat men van de hypofyse kan verlangen\u2019. Die verwijzing naar de hersenklier die een belangrijke functie heeft in de menselijke hormonenhuishouding voegt aan de ontmoeting tussen spreker en publiek een uitgesproken fysieke, mogelijk zelfs erotische dimensie toe.<br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Na de derde strofe verdwijnt het lied enigszins uit het gezicht, om pas in de elfde weer op te duiken. De spreker doet daar overigens uitschijnen dat zijn publiek zelf om meer informatie heeft gevraagd: \u2018Details over het lied?\/ Ik zal het zelf niet zingen.\/ Ik zal u begeleiden\u2019. Een traditionele po\u00ebticale lectuur wordt met andere woorden steeds problematischer: de auteur van het lied stelt zichzelf niet als zanger, maar slechts als begeleider voor. Eens te meer staat dus niet de ik, maar de \u2018u\u2019 centraal, en dat is ook in het vervolg het geval. Strofe 22 begint zo: \u2018Ik zal de tekst in een plastic mapje steken\/ voor in de toekomst\u2019. Die gerichtheid op de verre toekomst \u2013 niet op het moment van de toekomstige toespraak, niet op dat van de bezorging van de liedtekst, maar op een nog latere tijd \u2013 keert twee strofen verderop terug:<br><\/p>\n\n\n\n<p style=\"background-color:#c6d5dc;font-size:14px\" class=\"has-background wp-block-paragraph\">Het geheel der strofen zal voor u zijn<br>en als u er niet meer bent, zal het voor uw naasten zijn,<br>of, als die er niet zijn, voor de naasten van uw naasten,<br>of, als die er niet zijn, voor de naasten van de naasten van uw naasten,<br>en als die er niet zijn, is het typisch voor de staat waarin u zich dan bevindt.<br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het lied wordt hier nogmaals aan de \u2018u\u2019 aangeboden of opgedragen, maar tegelijk wordt er een blijvend bestaan voor in het vooruitzicht gesteld. Als de \u2018u\u2019 er niet meer is, zal het voor diens \u2018naasten\u2019 zijn, enzovoort, over de generaties heen. Niet de dichter is op die manier onsterfelijk, maar zijn lezers. Ook het ironische slotvers kan dat besef niet helemaal uitvlakken. Net als de redenaar is de dichter afhankelijk van zijn publiek.<br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Deze beknopte po\u00ebticale beschouwing van de nog weinig becommentarieerde \u2018lied\u2019-laag in \u2018Toespraak\u2019 sluit mooi \u2013 misschien iets te mooi \u2013 aan bij een aantal aspecten van Bogaerts bredere versinterne en versexterne po\u00ebtica. Zo hebben diverse critici een afwezigheid van traditionele expressieve lyriek vastgesteld in het oeuvre van Bogaert: in plaats van allerindividueelste expressies vindt men er \u2013 zoals met name Anne Decelle heeft laten zien voor <em>AUB <\/em>\u2013 ironisch aangewende echo\u2019s van het taalgebruik van de marketing, de media, de academie en de literatuur zelf. Met een vergelijkbare duiding is Bogaert in Hugo Brems\u2019 geschiedenis van de naoorlogse literatuur terechtgekomen. De gedichten uit <em>Circulaire systemen <\/em>zijn \u2018allerminst beschrijvingen of weergaven van daarbij horende emoties\u2019, aldus Brems, maar \u2018veeleer reflecties, door middel van taal, over de ambivalenties van systeem en chaos, van herhaling en eenmaligheid\u2019 en \u2018demonstraties van dezelfde spanningen in de taal zelf en in de po\u00ebzie\u2019 (Brems 2006, 658). Daarnaast wijst zowel de kritiek als de dichter zelf geregeld op de interpretatieve vrijheid die hij de lezer wil geven, op de centrale rol dus van de \u2018u\u2019, met het \u2018ik\u2019 van de dichter slechts als \u2018begeleider\u2019. Ook in de thematiek van <em>AUB <\/em>staan niet de zielenroerselen van de dichter centraal, maar het 21-eeuwse leven van \u2018u\u2019 (en mij): niet zozeer een tijd van traditionele liederen dus, maar van songs, en \u2018de eeuw ook van medleys helaas\u2019 zoals ze in <a href=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/inhoud\/dit-is-de-eeuw-van-de-knoppen\">het tweede gedicht met de voettitel \u2018Puinzak\u2019<\/a> heet. Het nadrukkelijke beroep op de lezer blijkt overigens meteen uit de titel van de bundel en uit de cover, met zijn tekening van een uitgestoken open hand die zowel iets kan vragen als iets kan aanbieden (zie Decelle 2006, 821).<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">En toch: minstens even intrigerend als de samenhang die binnen \u2018Toespraak\u2019, binnen <em>AUB <\/em>en binnen Bogaerts oeuvre en po\u00ebtica ontstaat wanneer we besluiten het \u2018lied\u2019 als een metafoor voor de po\u00ebzie te beschouwen, zijn de plaatsen waar die samenhang in het gedrang komt. Zo is het lang niet overal in het gedicht duidelijk of de ikfiguur het nu over een van de beide toespraken heeft, of over het lied. Vooral vanaf de twaalfde strofe lijken de \u2013 tenslotte door de lezer zelf onderscheiden \u2013 niveaus ineen te gaan vloeien. Een deel van de wijzigingen die de bibliofiele <em>Toespraak <\/em>heeft ondergaan bij het herschrijven tot de versie in <em>AUB <\/em>werkt die ambigu\u00efteit zelfs nadrukkelijk in de hand. Zo is het niet noodzakelijk om de \u2018tekst\u2019 uit het \u2018plastic mapje\u2019, zoals ik hierboven deed, als die van het lied te beschouwen. Het zou in principe ook om een andere tekst kunnen gaan. De parallelle passage in de bibliofiele editie is wat dat betreft veel minder ambigu: <br><\/p>\n\n\n\n<p style=\"background-color:#c6d5dc;font-size:14px\" class=\"has-background wp-block-paragraph\">De tekst van het lied, de woorden van de song:<br>ik zal die in een plastic mapje steken.<br>Ze zullen later, in een ander tijdsgewricht,<br>nog altijd in dat mapje steken.<br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het \u2018mapje\u2019 zelf (als het hetzelfde is, tenminste) figureert overigens ook op diverse niveaus. Zo komt het in de zesde strofe voor als deel van een reeks \u2018beelden\u2019 die de spreker aankondigt eventueel te zullen gebruiken in zijn toespraak:<br><\/p>\n\n\n\n<p style=\"background-color:#c6d5dc;font-size:14px\" class=\"has-background wp-block-paragraph\">Ik zal niet overdrijven met voorbeelden,<br>maar indien nodig zal ik u het voorbeeld geven<br>en de beelden die ik treffend vind:<br>een versleten plastic mapje,<br>in zichzelf gekeerde dieren, een vel carbonpapier.<br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Enerzijds is er in \u2018Toespraak\u2019 dus duidelijk een \u2018lied\u2019-niveau te onderscheiden, anderzijds blijkt die onderscheiding al gauw uiterst relatief, waardoor weer nieuwe leesmogelijkheden ontstaan. <br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Dat een po\u00ebticale interpretatie van \u2018Toespraak\u2019 tot op zekere hoogte werkt, neemt dan ook niet weg dat er daarnaast heel andere lezingen mogelijk zijn. Zo zegt Bogaert zelf in het eerder geciteerde interview, trouwens los van zijn bedenking over po\u00ebticale openings- en slotgedichten:<br><br>toespraak <em>kan gelezen worden als een toespraak van een (would-be) hypnotiseur, die uit de doeken doet wat hij (op een nog onbepaald moment in de toekomst) allemaal zal doen. Hij wil uiteraard controleren en de macht verwerven, al is het kortstondig. Dat is iets wat veel mensen willen, altijd opnieuw. Maar je moet er dus ook mensen voor hebben die zich laten controleren. Ik heb tijdens het schrijven van toespraak geen moment gedacht aan de taak van de moderne dichter<\/em> (Peeters 2002, 70).<br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">En inderdaad, ook dat klopt allemaal: het elkaar in de ogen kijken van spreker en publiek, \u2018zeker in het begin\u2019; de warme, slaapverwekkende stem van de spreker, \u2018als een deken of tien\u2019; \u2018de truc van de herhaling\u2019; de \u2018ledematen\u2019 van de toegesprokenen \u2018die stroef en koortsig worden tegelijk\u2019; het aanvankelijk enigmatische \u2018tot tien tellen\u2019 van de ik; de herhaalde wending \u2018ik zal u [\u2026] laten zijn\u2019 \u2013 het zijn onmiskenbaar elementen van een hypnoseact. Dat alles hoeft een po\u00ebticale interpretatie, mogelijk met andere accenten dan degene die ik hierboven legde, natuurlijk niet uit te sluiten. Cath\u00e9rine de Kock interpreteert \u2018Toespraak\u2019 bijvoorbeeld als een tekst \u2018over de manipulaties die de dichter-hypnotiseur heeft uitgevoerd in gedichten over manipulatie\u2019 (De Kock 2007, 24). Marc Kregting ziet een en ander als een \u2018zelfhypnose\u2019, waarin \u2018de ik zich van zichzelf [wil] overtuigen\u2019: het onderscheid tussen \u2018ik\u2019 en \u2018u\u2019 vervaagt dus (Kregting 2006, 39-40). En in het interview vervolgt Bogaert, schijnbaar onwillig: \u2018Als je toch per se een link wilt tussen de dichter en de hypnotiseur, dan ligt de taak van de dichter misschien in het tot tien tellen en het knippen van de vingers. Ik opereer al schrijvend zelf altijd in de draaideur tussen bewust en onbewust\u2019 (Peeters 2002, 70).<br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het beeld van de dichter als hypnotiseur maakt ook duidelijk dat de vrijheid van de lezer waarover het hierboven ging nogal relatief is, of in ieder geval soms onbehaaglijk stemt. Dat de verhouding tussen \u2018ik\u2019 en \u2018u\u2019 zelfs gewelddadig kan zijn, blijkt bijvoorbeeld uit de eerder geciteerde wending \u2018de terreur van het refrein\u2019 en uit de tiende strofe:<br><\/p>\n\n\n\n<p style=\"background-color:#c6d5dc;font-size:14px\" class=\"has-background wp-block-paragraph\">Ik zal u niet onthouden<br>dat ik u wil be\u00efnvloeden<br>en dat een kogel is gemaakt<br>van materialen waaraan het lichaam<br>geen behoefte heeft.<br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De macht van de dichter zit hem misschien vooral in het feit dat hij het is die de lezer aanknopingspunten kan geven in zijn zoektocht naar samenhang, maar die tegelijk ook ultiem kan frustreren. Niet toevallig figureert Paul Bogaert in Brems\u2019 literatuurgeschiedenis ook in een rijtje van auteurs die met het postmodernisme in verband worden gebracht omdat ze \u2018zich tegen de gevestigde leesgewoonten kanten en onbepaaldheid en veelvormigheid verkiezen boven herkenbaarheid\u2019 (Brems 2006, 654).<br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Yra van Dijk schrijft naar aanleiding van de bibliofiele <em>Toespraak<\/em>: \u2018Het gedicht is het staketsel van een toespraak: de inhoud blijft achterwege\u2019 (Van Dijk 2002, 377). Dat lijkt me niet helemaal waar. De spreker biedt, in beide versies van het gedicht, wel degelijk inhoud aan. Als een van de beelden die hem intrigeren noemt hij bijvoorbeeld \u2018in zichzelf gekeerde dieren\u2019, wat hij later lijkt te concretiseren in de belofte \u2018Ik zal u ook laten zijn:\/ 1. een geit in ascese;\u2019 en vervolgens uitwerkt in strofe 21:<br><\/p>\n\n\n\n<p style=\"background-color:#c6d5dc;font-size:14px\" class=\"has-background wp-block-paragraph\">Ik zal de geit in haar geheel beschrijven, die in haar huisje<br>zoals een mens op zoek gaat \u2013 en in die zin irritant is \u2013<br>naar wat zij kwijt is, en zich daarover onophoudelijk verbaast<br>en zegt: \u2018dat kan toch niet\u2019<br>en dan verder zoekt in nog meer hoeken<em>.<\/em><br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Gaat het hier, zoals Kregting stelt, om een \u2018kritiek op het modernisme van na Nietzsche dat god bleef doodspreken \u00e9n naar intellectuele zingeving streefde\u2019 (Kregting 2006, 39)? Wellicht, en ook \u2018de vloekende geit die in haar caravan\/ alles kort en klein slaat\u2019 en dus al aanzienlijk minder in zichzelf gekeerd lijkt, zou nog in zo\u2019n lectuur kunnen passen. Maar wat dan bijvoorbeeld met de \u2018Handschoenen van geitenleer\u2019 die voorkomen in <a href=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/inhoud\/en-zeggen-dat-dit-grauw-perceel-het-hart-was\">een van de gedichten<\/a> met als voettitel \u2018Handelaars bereikbaar\u2019, of met het <em>Fabeltjeskrant<\/em>-citaat \u2018<a href=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/inhoud\/voltanken\">met dezelfde mensenwensen<\/a>\u2019 uit de \u2018Wrijvingen\u2019-cyclus? Zoals de niveaus binnen \u2018Toespraak\u2019 ineenvloeien, vervaagt immers ook de grens tussen het gedicht zelf en de andere gedichten in <em>AUB<\/em>: heel wat motieven die in de bibliofiele versie al voorkwamen, krijgen in de bundel een nieuwe resonantie doordat ze ook in de overige teksten worden gehanteerd. Daardoor worden weliswaar diverse lijnen zichtbaar in het gedicht en de bundel, maar het valt niet mee om daaraan een eenduidige betekenis toe te kennen.<br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het privilegi\u00ebren van een (op zichzelf al problematische) po\u00ebticale interpretatie is daarom wellicht ook een (retorische) truc van de zogeheten professionele lezer om zijn eigen onthandheid te verhullen, die ontstaat doordat op de meer \u2018inhoudelijke\u2019 elementen van \u2018Toespraak\u2019 zo moeilijk greep te krijgen is. Want die geit, die op zoek gaat, en zich verbaast, en verder zoekt, ziet de lezer van <em>AUB <\/em>zichzelf daarin niet weerspiegeld? En die slotstrofe, met haar verre toekomst waarin de dieren spreken en met een lezers-u dat zowel b\u00e9delend als bed\u00e9lend is, zou ook die dan niet als een po\u00ebticaal statement te lezen zijn?<br><\/p>\n\n\n\n<p style=\"background-color:#c6d5dc;font-size:14px\" class=\"has-background wp-block-paragraph\"><em>Ik zal niet verwachten<br>dat iemand mij bedankt.<br>Als ik dan zal stoppen,<br>als ik beweeg en u bedelend uit het zicht valt naar beneden,<br>als ik tot tien tel,<br>als u wakker wordt,<br>als straks de dag omhoog springt,<br>als de dieren spreken,<br>zal alles vergeten zijn<br>het stomste eerst.<\/em><br><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">In die verre toekomst zal \u2018het stomste eerst\u2019\nvergeten zijn: het domste dus, maar misschien ook \u2013 en vooral \u2013 datgene wat stil\nis, wat zwijgt. Dat zou kunnen betekenen dat het lied (de po\u00ebzie?), zoals\neerder al werd aangekondigd, &nbsp;w\u00e9l een\nlang leven beschoren is, maar daarvoor moet het natuurlijk eerst geschreven en\ngezongen worden. Het gedicht toont daarvan geen spoor. Mogelijk houdt dat \u2018een\npleidooi voor zuivere taal, voor het zwijgen\u2019 in (Kregting 2006, 43). Mogelijk\nbetekent het ook dat de lezer nog wat geduld moet oefenen,\ndat het lied al ergens, in een versleten plastic mapje, ligt te wachten op\npublicatie. In de toekomst.\nAlstublieft. <\/p>\n\n\n\n<h6 class=\"wp-block-heading\"><strong>Literatuur<\/strong><\/h6>\n\n\n\n<p class=\"has-small-font-size wp-block-paragraph\"><strong>Bogaert <\/strong>1998<br><a aria-label=\" (opent in een nieuwe tab)\" href=\"http:\/\/www.druksel.be\/nl\/fondsen\/bogaert.html\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\">P. Bogaert, <\/a><em><a aria-label=\" (opent in een nieuwe tab)\" href=\"http:\/\/www.druksel.be\/nl\/fondsen\/bogaert.html\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\">Toespraak<\/a><\/em><a aria-label=\" (opent in een nieuwe tab)\" href=\"http:\/\/www.druksel.be\/nl\/fondsen\/bogaert.html\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\">. Gent, 1998<\/a>.<br><strong>Bogaert <\/strong>2006<br>P. Bogaert, <em>AUB. Gedichten<\/em>. Tweede druk. Antwerpen\/Amsterdam, 2006.<br><strong>Bogaert <\/strong>2008<br>P. Bogaert, <em>Verwondingen. Over po\u00ebzie<\/em>. Gent, 2008.<br><strong>Brems <\/strong>2006<br>H. Brems,  [<a href=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/circulaire-systemen\/over-circulaire-systemen\">Circulaire systemen<\/a> in:] <em>Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005<\/em>. Amsterdam, 2006.<br><strong>Decelle <\/strong>2006<br>A. Decelle, <a href=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/flatteus-verlicht-en-charmant-gekadreerd\">\u2018\u201cFlatteus verlicht en charmant gekadreerd\u201d. De rol van ironie in <\/a><em><a href=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/flatteus-verlicht-en-charmant-gekadreerd\">AUB <\/a><\/em><a href=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/flatteus-verlicht-en-charmant-gekadreerd\">van Paul Bogaert\u2019<\/a>, in:<em>Dietsche Warande &amp; Belfort<\/em>, 151, 5\/6, 2006, 815-825.<br><strong>Van Dijk<\/strong> 2002<br><a aria-label=\"Y. van Dijk, \u2018Een angsthaas in een reuzenrad\u2019, in: Yang, 38, 2, 2002, 374-379 (opent in een nieuwe tab)\" href=\"https:\/\/dbnl.org\/tekst\/_yan001200201_01\/_yan001200201_01_0038.php\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\">Y. van Dijk, \u2018Een angsthaas in een reuzenrad\u2019, in: <\/a><em><a aria-label=\"Y. van Dijk, \u2018Een angsthaas in een reuzenrad\u2019, in: Yang, 38, 2, 2002, 374-379 (opent in een nieuwe tab)\" href=\"https:\/\/dbnl.org\/tekst\/_yan001200201_01\/_yan001200201_01_0038.php\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\">Yang<\/a><\/em><a aria-label=\"Y. van Dijk, \u2018Een angsthaas in een reuzenrad\u2019, in: Yang, 38, 2, 2002, 374-379 (opent in een nieuwe tab)\" href=\"https:\/\/dbnl.org\/tekst\/_yan001200201_01\/_yan001200201_01_0038.php\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\">, 38, 2, 2002, 374-379<\/a>.<br><strong>De Geest<\/strong> 2006<br>D. de Geest, \u2018<a href=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/de-drie-eenheid-van-de-vlaamse-poezie\">De drie-eenheid van de Vlaamse po\u00ebzie<\/a>\u2019, in: <em>De Leeswolf<\/em>, 12, 6, 2006, 458-461.<br><strong>Goud<\/strong> 2003<br>M. Goud, <em>Ziende verbeelding. Over zien en (on)zichtbaarheid in po\u00ebzie en po\u00ebtica van &nbsp; P.C. Boutens<\/em>. Leuven, 2003. (Accent.)<br><strong>Joosten <\/strong>2006<br>J. Joosten, \u2018<a href=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/recensies__trashed\/het-vinden-van-woorden-sterke-paul-bogaert\">Het vinden van woorden. Sterke Paul Bogaert<\/a>\u2019, in: <em>De Standaard<\/em>, 31 maart 2006.<br><strong>De Kock<\/strong> 2007<br>C. de Kock, \u2018<a href=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/een-storing-dat-kan-altijd\">\u201cEen storing, dat kan altijd\u201d<\/a>\u2019, in: <em>Po\u00ebziekrant<\/em>, 31, 3, 2007, 22-25.<br><strong>Kregting <\/strong>2006<br>M. Kregting, \u2018<a aria-label=\"De plannen en de daden die niet te rijmen zijn (opent in een nieuwe tab)\" href=\"http:\/\/dbnl.org\/tekst\/_gid001200001_01\/_gid001200001_01_0032.php\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\">De plannen en de daden die niet te rijmen zijn<\/a>\u2019, in: <em>Laden en losse. Confrontaties<\/em>. Nijmegen, 2006, 32-44.<br><strong>Peeters <\/strong>2002<br>P. Peeters, \u2018\u201cAl wat men verlangt, al wat men bestrijdt\u201d. Een e-mailgesprek met Paul Bogaert\u2019, in: <em>Po\u00ebziekrant<\/em>, 26, 5, 2002, 68-71.<br><\/p>\n\n\n\n<div style=\"height:25px\" aria-hidden=\"true\" class=\"wp-block-spacer\"><\/div>\n\n\n\n<p class=\"has-small-font-size wp-block-paragraph\">RYMENANTS, Koen \u2013 \u2018Twee toespraken en een lied. Over AUB (2006) van Paul Bogaert\u2019 \u2013 In: <em>\u2018Ergens beginnen\u2019. Bijdragen over Nederlandse po\u00ebzie (1967-2009) voor Hugo Brems bij zijn emeritaat<\/em> (onder redactie van Dirk de Geest, Marc van Vaeck, Piet Couttenier), Peeters, Leuven, 2009, p. 324-333.<\/p>\n\n\n\n<div style=\"height:25px\" aria-hidden=\"true\" class=\"wp-block-spacer\"><\/div>\n\n\n\n<div class=\"wp-block-button\"><a class=\"wp-block-button__link\" href=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\">Alle recensies<br>over de bundel AUB<\/a><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Onderstaand essay&nbsp;over de bundel AUB van Paul Bogaert werd gepubliceerd in Ergens beginnen\u2019. Bijdragen over Nederlandse po\u00ebzie (1967-2009) voor Hugo Brems bij zijn emeritaat (onder redactie van Dirk de Geest, Marc van Vaeck, Piet Couttenier), Peeters, Leuven, 2009, p. 324-333. Twee toespraken en een lied. Over AUB van Paul Bogaert. &hellip;<\/p>\n","protected":false},"author":3,"featured_media":0,"parent":295,"menu_order":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_exactmetrics_skip_tracking":false,"footnotes":""},"class_list":["post-2821","page","type-page","status-publish","hentry"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v28.7 (Yoast SEO v28.7) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>Twee toespraken en een lied (Rymenants) &#8226; 2006 &#8226; Recensie AUB<\/title>\n<meta name=\"description\" content=\"Essay van Koen Rymenants &#8226; Verschenen in &#039;Ergens beginnen&#039; &#8226; Bespreking van de po\u00ebzie van Paul Bogaert &#8226; Bundel AUB &#8226; Gedicht TOESPRAAK\" \/>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/twee-toespraken-en-een-lied\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"nl_NL\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Twee toespraken en een lied\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Essay van Koen Rymenants &#8226; Verschenen in &#039;Ergens beginnen&#039; &#8226; Bespreking van de po\u00ebzie van Paul Bogaert &#8226; Bundel AUB &#8226; Gedicht TOESPRAAK\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/twee-toespraken-en-een-lied\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Paul Bogaert\" \/>\n<meta property=\"og:image\" content=\"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/flapAUB.gif\" \/>\n\t<meta property=\"og:image:width\" content=\"250\" \/>\n\t<meta property=\"og:image:height\" content=\"334\" \/>\n\t<meta property=\"og:image:type\" content=\"image\/gif\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/aub\\\/twee-toespraken-en-een-lied\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/aub\\\/twee-toespraken-en-een-lied\\\/\",\"name\":\"Twee toespraken en een lied (Rymenants) &#8226; 2006 &#8226; Recensie AUB\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/#website\"},\"primaryImageOfPage\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/aub\\\/twee-toespraken-en-een-lied\\\/#primaryimage\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/aub\\\/twee-toespraken-en-een-lied\\\/#primaryimage\"},\"thumbnailUrl\":\"http:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2016\\\/10\\\/flapAUB-225x300.gif\",\"datePublished\":\"2024-11-23T16:45:41+00:00\",\"description\":\"Essay van Koen Rymenants &#8226; Verschenen in 'Ergens beginnen' &#8226; Bespreking van de po\u00ebzie van Paul Bogaert &#8226; Bundel AUB &#8226; Gedicht TOESPRAAK\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/aub\\\/twee-toespraken-en-een-lied\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"nl-NL\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/aub\\\/twee-toespraken-en-een-lied\\\/\"]}]},{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"nl-NL\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/aub\\\/twee-toespraken-en-een-lied\\\/#primaryimage\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2016\\\/10\\\/flapAUB.gif\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2016\\\/10\\\/flapAUB.gif\",\"width\":250,\"height\":334,\"caption\":\"AUB . Gedichten.\"},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/aub\\\/twee-toespraken-en-een-lied\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Bundels\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"AUB\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/aub\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":4,\"name\":\"Twee toespraken en een lied\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/\",\"name\":\"Paul Bogaert\",\"description\":\"Gedichten\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/#\\\/schema\\\/person\\\/993fedc4087d0babf63e1fd6a36d1b4c\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"nl-NL\"},{\"@type\":[\"Person\",\"Organization\"],\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/#\\\/schema\\\/person\\\/993fedc4087d0babf63e1fd6a36d1b4c\",\"name\":\"Paul Bogaert\",\"image\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"nl-NL\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/secure.gravatar.com\\\/avatar\\\/eddaed4658174124e3b75bb1fe98c4449ac637dd65d289ccbf638c093324645a?s=96&d=mm&r=g\",\"url\":\"https:\\\/\\\/secure.gravatar.com\\\/avatar\\\/eddaed4658174124e3b75bb1fe98c4449ac637dd65d289ccbf638c093324645a?s=96&d=mm&r=g\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/secure.gravatar.com\\\/avatar\\\/eddaed4658174124e3b75bb1fe98c4449ac637dd65d289ccbf638c093324645a?s=96&d=mm&r=g\",\"caption\":\"Paul Bogaert\"},\"logo\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/secure.gravatar.com\\\/avatar\\\/eddaed4658174124e3b75bb1fe98c4449ac637dd65d289ccbf638c093324645a?s=96&d=mm&r=g\"},\"sameAs\":[\"http:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\",\"https:\\\/\\\/nl.wikipedia.org\\\/wiki\\\/Paul_Bogaert\"]}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Twee toespraken en een lied (Rymenants) &#8226; 2006 &#8226; Recensie AUB","description":"Essay van Koen Rymenants &#8226; Verschenen in 'Ergens beginnen' &#8226; Bespreking van de po\u00ebzie van Paul Bogaert &#8226; Bundel AUB &#8226; Gedicht TOESPRAAK","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/twee-toespraken-en-een-lied\/","og_locale":"nl_NL","og_type":"article","og_title":"Twee toespraken en een lied","og_description":"Essay van Koen Rymenants &#8226; Verschenen in 'Ergens beginnen' &#8226; Bespreking van de po\u00ebzie van Paul Bogaert &#8226; Bundel AUB &#8226; Gedicht TOESPRAAK","og_url":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/twee-toespraken-en-een-lied\/","og_site_name":"Paul Bogaert","og_image":[{"width":250,"height":334,"url":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/flapAUB.gif","type":"image\/gif"}],"twitter_card":"summary_large_image","schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/twee-toespraken-en-een-lied\/","url":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/twee-toespraken-en-een-lied\/","name":"Twee toespraken en een lied (Rymenants) &#8226; 2006 &#8226; Recensie AUB","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/#website"},"primaryImageOfPage":{"@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/twee-toespraken-en-een-lied\/#primaryimage"},"image":{"@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/twee-toespraken-en-een-lied\/#primaryimage"},"thumbnailUrl":"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/flapAUB-225x300.gif","datePublished":"2024-11-23T16:45:41+00:00","description":"Essay van Koen Rymenants &#8226; Verschenen in 'Ergens beginnen' &#8226; Bespreking van de po\u00ebzie van Paul Bogaert &#8226; Bundel AUB &#8226; Gedicht TOESPRAAK","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/twee-toespraken-en-een-lied\/#breadcrumb"},"inLanguage":"nl-NL","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/twee-toespraken-en-een-lied\/"]}]},{"@type":"ImageObject","inLanguage":"nl-NL","@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/twee-toespraken-en-een-lied\/#primaryimage","url":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/flapAUB.gif","contentUrl":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/flapAUB.gif","width":250,"height":334,"caption":"AUB . Gedichten."},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/twee-toespraken-en-een-lied\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Bundels","item":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"AUB","item":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/aub\/"},{"@type":"ListItem","position":4,"name":"Twee toespraken en een lied"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/#website","url":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/","name":"Paul Bogaert","description":"Gedichten","publisher":{"@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/#\/schema\/person\/993fedc4087d0babf63e1fd6a36d1b4c"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"nl-NL"},{"@type":["Person","Organization"],"@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/#\/schema\/person\/993fedc4087d0babf63e1fd6a36d1b4c","name":"Paul Bogaert","image":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"nl-NL","@id":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/eddaed4658174124e3b75bb1fe98c4449ac637dd65d289ccbf638c093324645a?s=96&d=mm&r=g","url":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/eddaed4658174124e3b75bb1fe98c4449ac637dd65d289ccbf638c093324645a?s=96&d=mm&r=g","contentUrl":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/eddaed4658174124e3b75bb1fe98c4449ac637dd65d289ccbf638c093324645a?s=96&d=mm&r=g","caption":"Paul Bogaert"},"logo":{"@id":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/eddaed4658174124e3b75bb1fe98c4449ac637dd65d289ccbf638c093324645a?s=96&d=mm&r=g"},"sameAs":["http:\/\/www.paulbogaert.be","https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Paul_Bogaert"]}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/2821","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/users\/3"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=2821"}],"version-history":[{"count":23,"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/2821\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":4466,"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/2821\/revisions\/4466"}],"up":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/295"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=2821"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}