{"id":4576,"date":"2024-11-23T17:42:46","date_gmt":"2024-11-23T16:42:46","guid":{"rendered":"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/?page_id=4576"},"modified":"2024-11-23T17:42:46","modified_gmt":"2024-11-23T16:42:46","slug":"eerst-wat-lucht","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/ons-verlangen\/eerst-wat-lucht\/","title":{"rendered":"Eerst wat lucht"},"content":{"rendered":"\n<p>Onderstaande boekbespreking over de bundel <strong>Ons&nbsp;verlangen&nbsp;<\/strong>van <strong>Paul Bogaert<\/strong> werd gepubliceerd in: <em><a aria-label=\"DW B, 2014\/1 (opent in een nieuwe tab)\" href=\"https:\/\/www.dwbarchief.be\/uitgave\/2014\/1\/land-art\/jeroen-dera\/eerst-wat-lucht-ons-verlangen-en-de-taal-van-paul-bogaert.html\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\">DW B<\/a><\/em><a aria-label=\"DW B, 2014\/1 (opent in een nieuwe tab)\" href=\"https:\/\/www.dwbarchief.be\/uitgave\/2014\/1\/land-art\/jeroen-dera\/eerst-wat-lucht-ons-verlangen-en-de-taal-van-paul-bogaert.html\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\">, 2014\/1<\/a>.<br><\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image is-resized\"><a href=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/ons-verlangen\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" src=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/Ons-verlangen-Cover--225x300.jpg\" alt=\"Ons verlangen. Gedichten.\" class=\"wp-image-668\" width=\"113\" height=\"150\" srcset=\"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/Ons-verlangen-Cover--225x300.jpg 225w, https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/Ons-verlangen-Cover--768x1026.jpg 768w, https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/Ons-verlangen-Cover--767x1024.jpg 767w, https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/Ons-verlangen-Cover--1078x1440.jpg 1078w, https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/Ons-verlangen-Cover-.jpg 1920w\" sizes=\"auto, (max-width: 113px) 100vw, 113px\" \/><\/a><\/figure>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Eerst wat lucht. Ons verlangen en de taal van Paul Bogaert<\/h2>\n\n\n\n<h6 class=\"wp-block-heading\"><strong>Jeroen&nbsp;Dera<\/strong><\/h6>\n\n\n\n<div style=\"height:25px\" aria-hidden=\"true\" class=\"wp-block-spacer\"><\/div>\n\n\n\n<p>Als ik een nieuwe dichtbundel onder ogen krijg, volg ik een vast ritueel: ik lees de eerste regel (heel soms: regels) en sla de bundel weer dicht. Dan laat ik de gelezen woorden op me inwerken: welke associaties roept de dichter bij mij op, wat vind ik van de gebruikte klanken, staan de beelden mij aan? Op die manier vorm ik alvast een vooroordeel, dat tijdens mijn verdere lectuur bevestigd of ontkracht kan worden. Het is, geloof ik, een literaire variant op de uitdrukking \u2018Je krijgt maar \u00e9\u00e9n kans om een eerste indruk te maken\u2019, die overigens ook uitstekend werkt in het geval van proza.<\/p>\n\n\n\n<p>Over het algemeen leidt deze manier van lezen louter tot dialogen met mezelf en dan vooral tijdens een vroege fase van de lectuur. In het geval van Paul Bogaerts meest recente bundel <em>Ons verlangen<\/em> (2013) wil ik mijn ritueel echter met u delen. Het openingsgedicht, getiteld \u2018Loskoppeling\u2019, begint met de volgende regel: \u2018Eerst wat lucht.\u2019 Bam, en toen sloeg ik het boekje dicht. Eerst wat lucht: die woorden hadden direct betrekking op mij, want het was lang geleden dat ik zo\u2019n fascinerende regel had aangetroffen als opening van een dichtbundel. Waarvoor was die lucht nodig? Stond er bij Bogaert iets heel heftigs op het programma, waardoor het noodzakelijk was eerst naar lucht te happen? Gezien het wereldbeeld dat de dichter in zijn eerdere werk breedvoerig heeft uitgedragen, zou het me niet verbazen: in Bogaerts po\u00ebzie leeft de mens in ultieme verstikking en wordt hij gesmoord in de kussens van bureaucratie, werkdruk en sociale verplichtingen. Daar zou de regel natuurlijk ook op kunnen slaan: <br> in zo\u2019n maatschappij hebben we altijd \u2018een shot lucht\u2019 nodig,  zoals de dichter het i<em>n de Slalom so<\/em>ft (2009) uitdrukte. Maar ik hield ook meteen rekening met de mogelijkheid Bogaerts openingswoorden po\u00ebticaal te lezen: als een metafoor met als tenor de dichterlijke inspiratie \u2013 een (al dan niet ge\u00efroniseerde) romantische topos die naast het \u2018verlangen\u2019 uit de titel niet zou misstaan. De kracht van de regel ligt, geloof ik, uiteindelijk besloten in het gegeven dat al die opties tegelijkertijd worden opgeroepen: wie ter opening van een bundel \u2018Eerst wat lucht\u2019 schrijft, onderkent een gevoel van verstikking \u00e9n doet in zekere zin \u2013 via de taal \u2013 een poging daaraan te ontsnappen.<\/p>\n\n\n\n<p>Dan nu het gedicht waarin de regel optreedt. Het luidt als volgt:<\/p>\n\n\n\n<p style=\"background-color:#c6d5dc;font-size:14px\" class=\"has-background\">LOSKOPPELING<br><br>Eerst wat lucht.<br><br>Al die namen.<br>Niet vergeten de schaar in het dankwoord te zetten.<br><br>Al die namen maken mij<br>tipsy, ik leef, ik ben rijk: zonlicht<br>glijdt hier door de luxa\ufb02ex over de kipcurrysalade!<br>De aanwezigen ruilen quotes en modekleuren.<br>Ik rol mij door het geroezemoes,<br>draai mij om in de felicitaties<br>en word royaal gepaneerd in de quatre-mains van de dag.<br><br>Omringd door allrounders en handjeklapspecialisten<br>ben ik nooit meer alleen.<br>Bedenkingen zijn voor later. Besmettingen ook.<br>In de leniging van de re\u00eble noden leer ik soepel zijn.<br><br>Ik zal dus wel iemand leren kennen.<br>In vereniging na vereniging.<br>Ik ben gulzig en vrij<br>en ik kan huilen.<\/p>\n\n\n\n<p>Het is fraai dat Bogaert op de openingsregel een witregel laat volgen: hier inhaleert het gedicht als het ware met de ik-verteller mee. Het lijkt erop dat \u2018Eerst wat lucht\u2019 concreet slaat op het (diep) inademen voorafgaand aan een speech \u2013 de passage \u2018Niet vergeten \/ de schaar in het dankwoord te zetten\u2019 duidt daar tenminste op. Dat dankwoord zou dan moeten worden uitgesproken tegenover de aanwezigen die \u2018quotes en modekleuren\u2019 ruilen en door wie de ik-\ufb01guur voortdurend gefeliciteerd wordt (het moet wel een grote hoeveelheid gelukwensen zijn, wil iemand zich erin kunnen omdraaien). Wat precies de verdiensten van het lyrisch ik zijn, blijft in het ongewisse: het is alleen duidelijk dat hij de situatie over zich heen laat komen (\u2018Bedenkingen zijn voor later. Besmettingen ook\u2019) en dat hij te midden van al dat enthousiasme de indruk krijgt nooit meer alleen te hoeven zijn. Toch voel ik als lezer de verstikkende dreiging die \u2018Eerst wat lucht\u2019 in eerste instantie bij me opriep: dat zonlicht op die kipcurrysalade heeft iets ongezonds, en de nadruk op het huilen in de slotregel zegt me dat het hier niet louter om tranen van geluk gaat. De verstikking kan hier bovendien heel letterlijk worden genomen: de ik-\ufb01guur is \u2018omringd\u2019 en wordt \u2018gepaneerd\u2019.<\/p>\n\n\n\n<p>Waar ik de beklemmingstopos uit Bogaerts werk dus wel terugzie in het gedicht, blijkt mijn associatieve vergelijking van \u2018Eerst wat lucht\u2019 met inspiratie wat na\u00efef. Op po\u00ebticaal vlak gebeurt er in \u2018Loskoppeling\u2019 immers weinig, althans op re\ufb02exief niveau. Het valt daarentegen wel op dat in het gedicht een serieuze confrontatie plaatsvindt tussen een po\u00ebtisch discours en een register dat ik eerder als \u2018antipo\u00ebtisch\u2019 zou willen aanduiden. \u2018Tipsy\u2019, \u2018luxa\ufb02ex\u2019, \u2018kipcurrysalade\u2019, \u2018quotes\u2019, \u2018royaal gepaneerd\u2019, \u2018allrounders\u2019, \u2018handjeklapspecialisten\u2019: dat is wel iets anders dan \u2018leniging van de re\u00eble noden\u2019 of het perfect geplaatste enjambement in de passage \u2018Al die namen. Niet vergeten \/ de schaar in het dankwoord te zetten\u2019. Om het in termen van het gedicht uit te drukken: door de luxa\ufb02ex van de taal komt zo nu en dan lexicale ruis binnen, die de po\u00ebzie (of beter: de lyriek) als het ware opschort.<\/p>\n\n\n\n<h3 class=\"wp-block-heading\">Handstand en spreidstand<\/h3>\n\n\n\n<p>Dit spanningsveld tussen po\u00ebticiteit en antipo\u00ebticiteit loopt als een rode draad door <em>Ons verlangen<\/em> en was zeer bepalend voor mijn leeservaring van de bundel. Ik noem een aantal voorbeelden van lexicale stoorzenders in Bogaerts gedichten (die elk zijn genummerd als onderdeel van een bundelomvattende reeks \u2018Onzekerheden\u2019): \u2018visstick\u2019 (Onzekerheden 2), \u2018beenprothese\u2019 (5), \u2018cape van het misverstand\u2019 (\u20188\u2019), \u2018combivaccins\u2019 (11), \u2018Schweppes\u2019 (17), \u2018Pattexheks Migraine\u2019 (18), \u2018Clown Anticlimax\u2019 (19), \u2018jerrycan Dettol\u2019 (20), \u2018complimentenfondue\u2019 (23), \u2018Rolgordijn Remember\u00ae\u2019 (25), \u2018slowmotionkitsch\u2019 (27), \u2018SWOT-analyse\u2019 (36), \u2018fulltime-equivalenten\u2019 (38), \u2018CEO\u2019 (40). Stuk voor stuk zijn het woorden of combinaties die ik liever uit een gedicht geweerd zou zien, zeker gezien de context waarin ze doorgaans verschijnen. Neem \u2018Onzekerheden 25\u2019, waarin het Rolgordijn Remember\u00ae \ufb01gureert:<\/p>\n\n\n\n<p style=\"background-color:#c6d5dc;font-size:14px\" class=\"has-background\">Gevoel, lef en uitstraling in onze vingers<br>dankzij het Rolgordijn Remember\u00ae <br>egen het grote, gezonde, wrede licht.<br><br>Maar voor elke aanraking ontploffen er drie rotjes<br>achter het Rolgordijn Remember\u00ae.<br>Voor elke slinger ontspoort er een trein.<br>Begin ik met een O, dan zie ik toch de loop<br>van een kanon erdoor.<br><br>Zo glijdt de twijfel in de handstand,<br>en ook languit, uitgekleed, lenig, <br>ssen harken, tamboerijnen.<\/p>\n\n\n\n<p>Wat mij betreft is \u2018Rolgordijn Remember\u2019, om nog maar te zwijgen over de toevoeging van het merkteken \u00ae, een infectie die het gedicht van Bogaert binnendringt. De term gedraagt zich in zekere zin als een virus: er is een aanpassing aan de genetische code van wat we doorgaans als po\u00ebzie beschouwen (de indringer vermomt zich door middel van een alliteratie) en de gastheer draagt op zijn beurt bij aan de reproductie van het virus: zie de equivalentie tussen \u2018dankzij het Rolgordijn Remember \u00ae\u2019 en \u2018achter het Rolgordijn Remember\u00ae\u2019 of de selectie van het allitererende \u2018rotjes\u2019 in de eerste regel van de tweede strofe. Intussen wordt niet alles in het gedicht door de reclametaal overwoekerd: fascinerend is bijvoorbeeld de paradoxale spanning tussen \u2018gezonde\u2019 en \u2018wrede\u2019 als adjectiva bij \u2018licht\u2019, om nog maar te zwijgen over de schitterende zin \u2018Begin ik met een O, dan zie ik toch de loop \/ van een kanon erdoor.\u2019 In het krachtige beeldende vermogen van die regel openbaart zich voor mijn gevoel de dichter die Bogaert werkelijk is of kan zijn. Ik denk dat hij zich in het gedicht ook als zodanig probeert te manifesteren: de ik-\ufb01guur af\ufb01cheert zich impliciet als schrijver (\u2018Begin ik met een O\u2019), die zijn thematiek ontleent aan de schaduwzijden van het Rolgordijn. Als consumerende machine kan de mens zich dan wel een \u2018Remember\u2019 aanschaffen, maar het kan niet anders of de illusie zich te wapenen tegen het licht (id est: de dood?) zal op den duur worden doorgeprikt: de feeststemming (\u2018slinger\u2019) ten spijt, heeft de ik-\ufb01guur vooral oog voor rotjes, ontsporende treinen en dreigende kanonnen. Wat mij betreft verbeeldt de slotstrofe dan ook de precaire positie waarin het (schrijvende) \u2018ik\u2019 zich bevindt: in een onmogelijke spagaat tussen de voorwendselen van de consumptiemaatschappij en de realiteit die daardoor verdoezeld wordt. Wie het evenwicht verliest, loopt zomaar het risico in \u2018harken\u2019 te belanden, hoewel er met die \u2018tamboerijnen\u2019 toch wat hoop is \u2013 als we de spirituele handboeken mogen geloven (met alle gevolgen van hineininterpretieren van dien) staan ze symbool voor het ritme van het leven en de controle die wij mensen daarover hebben. Het beeld van de handstand brengt me intussen bij een ander gedicht uit <em>Ons verlangen<\/em>, waarin het (zoals we van Bogaert gewend zijn) wemelt van de dwarsverbanden tussen de afzonderlijke gedichten. Het betreft in dit geval \u2018Onzekerheden 11\u2019:<\/p>\n\n\n\n<p style=\"background-color:#c6d5dc;font-size:14px\" class=\"has-background\">&#8216;Toen werd ik wakker als een geit met slijm<br>in mijn ogen. Nog iets betekenen<br>in de rangorde, vergeet het, je kunt niets<br>betekenen met in je ogen een noodrem.<br>Je wordt van de voederbak verdreven en je verzwakt.<br>Wat ze willen.<br><br>Ze hebben mij ge\u00efsoleerd. Ik ben ge\u00efsoleerd <br>n vervoerd. Ik moest meedoen<br>aan bizarre begrazingsprojecten in telkens andere kuddes,<br>volledig versuft door hun combivaccins.<br>Ze hebben mijn bloed afgetapt. <br>Ik had wormen en ze konden niets doen, zogezegd.<br><br>\u2018Dat zal je leren, stoute geit. Jouw visie is voor ons<br>niet interessant. Je kauwt niet goed, je slurpt,<br>Je bent te traag. <br>Je nieuwe aanpak? De andere houding?<br>Daar hebben wij niets van gemerkt. We moeten <br>en zullen jou daarom uit je spreidstand bevrijden.&#8217;<\/p>\n\n\n\n<p>Zoals uit mijn eerdere opsomming al bleek, bevat ook dit gedicht een lexicale stoorzender: \u2018combivaccins\u2019 is wat mij betreft een antipo\u00ebtisch woord, ditmaal uit een medisch discours, dat op gespannen voet staat met een fascinerende metafoor als \u2018in je ogen een noodrem\u2019. Ook \u2018begrazingsprojecten\u2019 is op het randje, zeker in combinatie met \u2018bizarre\u2019 (wederom een virus dat zich volgens een allitererend principe als po\u00ebzie vermomt). Desalniettemin wordt de po\u00ebticiteit van het geheel niet ondermijnd, vanwege de gelijkstelling van de ik-\ufb01guur en een geit, die een voortdurende spanning in het gedicht teweegbrengt. Op zichzelf is die devenir-animal niet eens heel interessant: een uiting als \u2018Je bent een geit!\u2019 is daarvoor te ver doorgedrongen in ons dagelijkse taalgebruik. Feit is echter dat het hier om een heel speci\ufb01ek soort geit gaat: \u00e9\u00e9n met slijm in de ogen, die afwijkt van de gezondheidsvoorschriften die aan de veestapel worden gesteld, en die daarom van zijn soortgenoten wordt ge\u00efsoleerd (zonder effect: \u2018ze konden niets doen, zogezegd\u2019).<\/p>\n\n\n\n<p>In het gedicht is (en blijft) de geit een outcast. Daarmee wint de metamorfose van de ik-\ufb01guur aan zeggingskracht, wat mij betreft. De onmogelijkheid nog iets te betekenen in de rangorde (eerste strofe) en de spreidstand waaruit de geit \u2018bevrijd\u2019 moet worden (slotstrofe) worden daarmee immers ook op h\u00e9m betrokken. Een po\u00ebticale lectuur dringt zich op, zeker wanneer we het beeld van de spreidstand koppelen aan de handstandmetaforiek rondom het Rolgordijn Remember\u00ae. Ook voor de dichter geldt immers dat hij zijn vanzelfsprekende plaats in de (maatschappelijke) rangorde is kwijtgeraakt en feitelijk gezien ontstijgt hij maar zelden aan het beeld van een geit die zich in een merkwaardige spreidstand bevindt. \u2018Jouw visie is voor ons \/ niet interessant\u2019, zou de repliek op zijn po\u00ebzie kunnen zijn \u2013 maar elke lezer weet wel beter.<\/p>\n\n\n\n<h3 class=\"wp-block-heading\">Babbelen of aanschuiven?<\/h3>\n\n\n\n<p>Bogaerts fascinatie voor hen die uit de toon vallen blijkt op vele plaatsen in <em>Ons verlangen<\/em>. Een mooi voorbeeld vind ik \u2018Onzekerheden 12\u2019:<\/p>\n\n\n\n<p style=\"background-color:#c6d5dc;font-size:14px\" class=\"has-background\">Al wie opgewekt is, mag naar zaal Paardenbloem.<br>Dat geldt ook voor iedereen die sterk en spontaan is.<br>Ook sociale of stoere personen gaan met Geoffrey mee.<br><br>De anderen blijven hier om de grondverf om te roeren<br>en daarna een dunne laag aan te brengen.<br>Daar heeft iemand een vraag, graag in de loopmicrofoon.<br><br>Wat met de zelfverzekerde mensen?<br>Nog even jullie aandacht. Ook zelfverzekerde mensen<br>mogen Geoffrey of Sylvia volgen naar de Paardenbloem.<\/p>\n\n\n\n<p>Wat er in zaal Paardenbloem te gebeuren staat, blijft in het ongewisse, maar het is duidelijk dat de plaats is voorbehouden aan mensen die beantwoorden aan clich\u00e9matige eigenschappen voor \u2018succesvol zijn\u2019, om bij Bogaerts in deze strofe geventileerde voorkeur voor de s-alliteratie aan te sluiten (in de slotstrofe van het gedicht kan nog de karaktertrek \u2018zelfverzekerd\u2019 aan het lijstje worden toegevoegd). De dichter velt geen waardeoordeel over het spektakel dat in de zaal plaats gaat vinden (we krijgen alleen de indicatie dat er een \u2018loopmicrofoon\u2019 staat), hoewel de paardenbloem niet per de\ufb01nitie een positieve connotatie heeft. Interessant is hoe dan ook de rol die is weggelegd voor de \ufb01guren die niet de zaal in mogen, en die kennelijk niet opgewekt, sterk, spontaan, sociaal, stoer of zelfverzekerd zijn: \u2018De anderen blijven hier om de grondverf \/ om te roeren en daarna een dunne laag aan te brengen.\u2019 Het is een merkwaardig en weerbarstig beeld, dat verband lijkt te houden met de uitdrukking \u2018iets staat nog in de grondverf\u2019 en dat ik als volgt zou willen parafraseren: wie niet aan de maatschappelijke succesnormen voldoet (de geiten met slijmerige ogen, zogezegd) kan slechts bijdragen aan plannen die nog meer uitwerking behoeven en betekent in de rangorde van de samenleving zogezegd niets. Die lezing levert een boeiende frictie op met de plaats van zulke outcasts in Bogaerts po\u00ebzie, waarin zij veeleer in het centrum van de aandacht staan. In dit speci\ufb01eke gedicht is daarvan zelfs letterlijk sprake: de grondverfroerders worden aangehaald in de middelste strofe en zijn als het ware omringd door \ufb01guren die w\u00e9l worden toegelaten in zaal Paardenbloem. Waar die laatste lieden echter weinig interpretatie behoeven \u2013 hun belangrijkste eigenschappen herkennen we meteen \u2013 dwingen \u2018de anderen\u2019 ons tot nadere re\ufb02ectie (wat betekent die grondverf nou precies?) en ontsnappen zij enigszins aan ons bevattingsvermogen. Zij lokken in die zin de treffende vraag uit die Johan Sonnenschein stelde aan het slot van zijn <a aria-label=\"indringende lectuur van Ons verlangen op De Reactor (opent in een nieuwe tab)\" href=\"http:\/\/www.dereactor.org\/teksten\/talen-naar-wij\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\">indringende lectuur van <\/a><em><a aria-label=\"indringende lectuur van Ons verlangen op De Reactor (opent in een nieuwe tab)\" href=\"http:\/\/www.dereactor.org\/teksten\/talen-naar-wij\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\">Ons verlangen<\/a><\/em><a aria-label=\"indringende lectuur van Ons verlangen op De Reactor (opent in een nieuwe tab)\" href=\"http:\/\/www.dereactor.org\/teksten\/talen-naar-wij\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\"> op De Reactor<\/a>: \u2018Had ik al gezegd dat ik nog aan het lezen ben?\u2019 Toch zijn er momenten in Bogaerts po\u00ebzie waarin de helderheid van de dichter er niet om liegt. Neem \u2018Onzekerheden 5\u2019 uit <em>Ons verlangen<\/em>:<\/p>\n\n\n\n<p style=\"background-color:#c6d5dc;font-size:14px\" class=\"has-background\">Binnen zitten slijpers<br>tegen de klok te slijpen.<br><br>Slijpers, opgelet.<br>Men kan lachen en stappen met een beenprothese.<br>Men kan lachen en bijten met een kunstgebit.<br>Maar met een glazen oog?<\/p>\n\n\n\n<p>Veel debat zal er niet over de interpretatie van dit gedicht ontstaan: we kunnen veel doen om het (blijde) leven te verlengen en werkelijk alles is vervangbaar, maar een glazen oog kan niet zien en wie tegen de klok slijpt, slijpt tegen beter weten in. Het wordt retorisch en haast smalend vastgesteld, waarmee de idee van de maakbaarheid van de mens sterk wordt gerelativeerd: net als het Rolgordijn Remember\u00ae is die wat Bogaert betreft illusoir. De dichter lijkt dan ook niet te geloven in een discours waarin \u2018Alles uitschuifbaar van 0 tot 100 %\u2019 een van de kernspreuken vormt: hij benadrukt eerder de verstikkende schaduwzijde die een dergelijke utopische kneedbaarheid heeft en betrekt de lezer griezelig dicht bij zijn waarschuwingen: \u2018Wacht maar tot jij in de boze droom moet wonen, \/ waarin de klok ontploft\u2019. <em>Ons verlangen<\/em> is in die zin een maatschappijkritische bundel, waarmee Bogaert de lijn doortrekt die hij in zijn eerdere werk al had uitgezet. Ook hier werkt hij eerder met showing dan met telling: nooit zien we de dichter met zijn vinger wijzen \u2013 veeleer bevindt hij zich ergens achter de gordijnen (waar, wat \u2018Onzekerheden 30\u2019 betreft, \u2018bijna geen plaats is\u2019). Misschien karakteriseert Bogaert dan ook zichzelf in het kortste gedicht uit de bundel (14):<\/p>\n\n\n\n<p style=\"background-color:#c6d5dc;font-size:14px\" class=\"has-background\">De meesten willen babbelen maar ik wil liever gewoon aanschuiven.<\/p>\n\n\n\n<p>Feitelijk gezien is dat wat de dichter in <em>Ons verlangen<\/em> doet: hij is de stille kostganger die met verbazing aanschouwt hoe zijn disgenoten elkaar naar de kroon steken met hun succesverhalen, en we hebben slechts zijn observaties nodig om ons te realiseren dat zij een ideologie vertegenwoordigen die slechts in de kunst aan de kaak kan worden gesteld. Zo bezien schrijft Bogaert de po\u00ebzie van een vlieg op de muur, die het in het universum van <em>Ons verlangen<\/em> overigens niet lang uit zal houden: \u2018Jij bent dus de vlieg \/ die niet meer naar buiten raakt\u2019, heet het in \u2018Onzekerheden 36\u2019 over een werknemer die in zijn kantoorleven gesmoord wordt.<\/p>\n\n\n\n<p>Met die observatie keer ik nog eens terug naar het con\ufb02ict tussen po\u00ebticiteit en antipo\u00ebticiteit, dat zo bepalend was voor mijn leeservaring van deze bundel. De lexicale ruis die zo nu en dan in Bogaerts gedichten binnendringt, zouden we kunnen identi\ufb01ceren als het \u2018gebabbel\u2019 dat de dichter observeert, en dat een welhaast hegemone positie inneemt in de laatkapitalistische samenleving die de achtergrond vormt van <em>Ons verlangen<\/em>. Die ruis heeft intussen ook een positieve kant: ze leidt tot <em>foregrounding <\/em>van Bogaerts talige kwaliteiten en drijft daarmee de botsing tussen het po\u00ebtische en het antipo\u00ebtische discours op de spits. Het levert een merkwaardige paradox op: de wereld die Bogaert ontmaskert als verstikkend en waartegen hij met zijn po\u00ebzie ten aanval trekt, is tegelijkertijd de leverancier van een lexicon waarvan de eigen talige creativiteit de antipode vormt.<\/p>\n\n\n\n<p>\u2018Eerst wat lucht\u2019, luidde de openingsregel van <em>Ons verlangen<\/em>. In eerste instantie duidden die woorden voor mij \u2013 ge\u00efsoleerd van hun context, weet u nog? \u2013 op een tweetal enigszins tegengestelde begrippen: enerzijds op verstikking, anderzijds op de vraag om inspiratie. Naarmate ik meer routes door Bogaerts bundel (en zelfs: oeuvre) heb afgelegd, kan ik die twee eigenlijk niet meer los van elkaar zien. De inspiratie ligt in deze po\u00ebzie immers in de verstikking besloten: het meest beklijvend zijn de gedichten waarin de mens in het nauw wordt gedrongen \u2013 als geit met een noodrem in zijn oog, als outcast met een kwast grondverf in de hand, als laureaat die wordt samengedrukt door handjeklapspecialisten \u2013 en waarin hij zich enkel lijkt te kunnen onderscheiden door datgene waarmee we ons aan de waan van de dag kunnen ontworstelen: de taal. Bogaert is er een meester in: al de \u2018slowmotionkitsch in het landschap\u2019 ten spijt, kan ik de door hem geschetste wereld alleen maar trefzeker vinden. Daar kan geen jerrycan Dettol tegenop.<\/p>\n\n\n\n<div style=\"height:25px\" aria-hidden=\"true\" class=\"wp-block-spacer\"><\/div>\n\n\n\n<p class=\"has-small-font-size\">DERA, Jeroen \u2013 \u2018Eerst wat lucht. Ons verlangen en de taal van Paul Bogaert\u2019 \u2013 in: <em>DW B<\/em>, 2014\/1. <\/p>\n\n\n\n<div style=\"height:25px\" aria-hidden=\"true\" class=\"wp-block-spacer\"><\/div>\n\n\n\n<div class=\"wp-block-button\"><a class=\"wp-block-button__link\" href=\"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/ons-verlangen\">Alle recensies over de<br>bundel &#8216;Ons verlangen&#8217;<\/a><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Onderstaande boekbespreking over de bundel Ons&nbsp;verlangen&nbsp;van Paul Bogaert werd gepubliceerd in: DW B, 2014\/1. Eerst wat lucht. Ons verlangen en de taal van Paul Bogaert Jeroen&nbsp;Dera Als ik een nieuwe dichtbundel onder ogen krijg, volg ik een vast ritueel: ik lees de eerste regel (heel soms: regels) en sla de &hellip;<\/p>\n","protected":false},"author":3,"featured_media":0,"parent":32,"menu_order":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"_exactmetrics_skip_tracking":false,"_exactmetrics_sitenote_active":false,"_exactmetrics_sitenote_note":"","_exactmetrics_sitenote_category":0,"footnotes":""},"class_list":["post-4576","page","type-page","status-publish","hentry"],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO Premium plugin v27.5 (Yoast SEO v27.5) - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-premium-wordpress\/ -->\n<title>Eerst wat lucht (Dera 2014) &#8226; over &#039;Ons verlangen&#039; van Paul Bogaert<\/title>\n<meta name=\"description\" content=\"&quot;trefzeker&quot; &#8226; Essay van Jeroen Dera over &#039;Ons verlangen&#039; van dichter Paul Bogaert &#8226; Recensie verschenen in DWB\" \/>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/ons-verlangen\/eerst-wat-lucht\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"nl_NL\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Eerst wat lucht\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"&quot;trefzeker&quot; &#8226; Essay van Jeroen Dera over &#039;Ons verlangen&#039; van dichter Paul Bogaert &#8226; Recensie verschenen in DWB\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/ons-verlangen\/eerst-wat-lucht\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Paul Bogaert\" \/>\n<meta property=\"og:image\" content=\"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/Ons-verlangen-Cover-.jpg\" \/>\n\t<meta property=\"og:image:width\" content=\"1920\" \/>\n\t<meta property=\"og:image:height\" content=\"2565\" \/>\n\t<meta property=\"og:image:type\" content=\"image\/jpeg\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Geschatte leestijd\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"16 minuten\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\\\/\\\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/ons-verlangen\\\/eerst-wat-lucht\\\/\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/ons-verlangen\\\/eerst-wat-lucht\\\/\",\"name\":\"Eerst wat lucht (Dera 2014) &#8226; over 'Ons verlangen' van Paul Bogaert\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/#website\"},\"primaryImageOfPage\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/ons-verlangen\\\/eerst-wat-lucht\\\/#primaryimage\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/ons-verlangen\\\/eerst-wat-lucht\\\/#primaryimage\"},\"thumbnailUrl\":\"http:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2016\\\/10\\\/Ons-verlangen-Cover--225x300.jpg\",\"datePublished\":\"2024-11-23T16:42:46+00:00\",\"description\":\"\\\"trefzeker\\\" &#8226; Essay van Jeroen Dera over 'Ons verlangen' van dichter Paul Bogaert &#8226; Recensie verschenen in DWB\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/ons-verlangen\\\/eerst-wat-lucht\\\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"nl-NL\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/ons-verlangen\\\/eerst-wat-lucht\\\/\"]}]},{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"nl-NL\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/ons-verlangen\\\/eerst-wat-lucht\\\/#primaryimage\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2016\\\/10\\\/Ons-verlangen-Cover-.jpg\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/wp-content\\\/uploads\\\/2016\\\/10\\\/Ons-verlangen-Cover-.jpg\",\"width\":1920,\"height\":2565,\"caption\":\"Ons verlangen. Gedichten.\"},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/ons-verlangen\\\/eerst-wat-lucht\\\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Bundels\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Ons verlangen\",\"item\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/bundels\\\/ons-verlangen\\\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":4,\"name\":\"Eerst wat lucht\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/#website\",\"url\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/\",\"name\":\"Paul Bogaert\",\"description\":\"Gedichten\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/#\\\/schema\\\/person\\\/993fedc4087d0babf63e1fd6a36d1b4c\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"nl-NL\"},{\"@type\":[\"Person\",\"Organization\"],\"@id\":\"https:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\\\/gedichten\\\/#\\\/schema\\\/person\\\/993fedc4087d0babf63e1fd6a36d1b4c\",\"name\":\"Paul Bogaert\",\"image\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"nl-NL\",\"@id\":\"https:\\\/\\\/secure.gravatar.com\\\/avatar\\\/eddaed4658174124e3b75bb1fe98c4449ac637dd65d289ccbf638c093324645a?s=96&d=mm&r=g\",\"url\":\"https:\\\/\\\/secure.gravatar.com\\\/avatar\\\/eddaed4658174124e3b75bb1fe98c4449ac637dd65d289ccbf638c093324645a?s=96&d=mm&r=g\",\"contentUrl\":\"https:\\\/\\\/secure.gravatar.com\\\/avatar\\\/eddaed4658174124e3b75bb1fe98c4449ac637dd65d289ccbf638c093324645a?s=96&d=mm&r=g\",\"caption\":\"Paul Bogaert\"},\"logo\":{\"@id\":\"https:\\\/\\\/secure.gravatar.com\\\/avatar\\\/eddaed4658174124e3b75bb1fe98c4449ac637dd65d289ccbf638c093324645a?s=96&d=mm&r=g\"},\"sameAs\":[\"http:\\\/\\\/www.paulbogaert.be\",\"https:\\\/\\\/nl.wikipedia.org\\\/wiki\\\/Paul_Bogaert\"]}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO Premium plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Eerst wat lucht (Dera 2014) &#8226; over 'Ons verlangen' van Paul Bogaert","description":"\"trefzeker\" &#8226; Essay van Jeroen Dera over 'Ons verlangen' van dichter Paul Bogaert &#8226; Recensie verschenen in DWB","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/ons-verlangen\/eerst-wat-lucht\/","og_locale":"nl_NL","og_type":"article","og_title":"Eerst wat lucht","og_description":"\"trefzeker\" &#8226; Essay van Jeroen Dera over 'Ons verlangen' van dichter Paul Bogaert &#8226; Recensie verschenen in DWB","og_url":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/ons-verlangen\/eerst-wat-lucht\/","og_site_name":"Paul Bogaert","og_image":[{"width":1920,"height":2565,"url":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/Ons-verlangen-Cover-.jpg","type":"image\/jpeg"}],"twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Geschatte leestijd":"16 minuten"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/ons-verlangen\/eerst-wat-lucht\/","url":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/ons-verlangen\/eerst-wat-lucht\/","name":"Eerst wat lucht (Dera 2014) &#8226; over 'Ons verlangen' van Paul Bogaert","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/#website"},"primaryImageOfPage":{"@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/ons-verlangen\/eerst-wat-lucht\/#primaryimage"},"image":{"@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/ons-verlangen\/eerst-wat-lucht\/#primaryimage"},"thumbnailUrl":"http:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/Ons-verlangen-Cover--225x300.jpg","datePublished":"2024-11-23T16:42:46+00:00","description":"\"trefzeker\" &#8226; Essay van Jeroen Dera over 'Ons verlangen' van dichter Paul Bogaert &#8226; Recensie verschenen in DWB","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/ons-verlangen\/eerst-wat-lucht\/#breadcrumb"},"inLanguage":"nl-NL","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/ons-verlangen\/eerst-wat-lucht\/"]}]},{"@type":"ImageObject","inLanguage":"nl-NL","@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/ons-verlangen\/eerst-wat-lucht\/#primaryimage","url":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/Ons-verlangen-Cover-.jpg","contentUrl":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-content\/uploads\/2016\/10\/Ons-verlangen-Cover-.jpg","width":1920,"height":2565,"caption":"Ons verlangen. Gedichten."},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/ons-verlangen\/eerst-wat-lucht\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Bundels","item":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Ons verlangen","item":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/bundels\/ons-verlangen\/"},{"@type":"ListItem","position":4,"name":"Eerst wat lucht"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/#website","url":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/","name":"Paul Bogaert","description":"Gedichten","publisher":{"@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/#\/schema\/person\/993fedc4087d0babf63e1fd6a36d1b4c"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"nl-NL"},{"@type":["Person","Organization"],"@id":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/#\/schema\/person\/993fedc4087d0babf63e1fd6a36d1b4c","name":"Paul Bogaert","image":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"nl-NL","@id":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/eddaed4658174124e3b75bb1fe98c4449ac637dd65d289ccbf638c093324645a?s=96&d=mm&r=g","url":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/eddaed4658174124e3b75bb1fe98c4449ac637dd65d289ccbf638c093324645a?s=96&d=mm&r=g","contentUrl":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/eddaed4658174124e3b75bb1fe98c4449ac637dd65d289ccbf638c093324645a?s=96&d=mm&r=g","caption":"Paul Bogaert"},"logo":{"@id":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/eddaed4658174124e3b75bb1fe98c4449ac637dd65d289ccbf638c093324645a?s=96&d=mm&r=g"},"sameAs":["http:\/\/www.paulbogaert.be","https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Paul_Bogaert"]}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/4576","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/users\/3"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=4576"}],"version-history":[{"count":5,"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/4576\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":8752,"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/4576\/revisions\/8752"}],"up":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/32"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.paulbogaert.be\/gedichten\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=4576"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}