LANGS NAAMLOZE WEGEN

LANGS NAAMLOZE WEGEN

Psalm | Paul Bogaert

Open de poort is open. We zingen
vals op ledendagen. We hoelahoepen. Levenslust
is de mooiste haarspeld die we kunnen dragen

(allen) langs naamloze wegen,
langs naamloze wegen.

Het kan geen kwaad advies te willen.
De fraaiste route is met vragen geplaveid. Twijfels
zijn de beste sandalen die we kunnen dragen

langs naamloze wegen,
langs naamloze wegen.

Blijkt het motief uit doodskopjes te bestaan,
dan moet het textiel naar de boetiek terug. Daadkracht
is de hipste mantel die we kunnen dragen

langs naamloze wegen,
langs naamloze wegen.

Zo goed als alles is in kaart gebracht,
maar niet alles wordt benoemd. Het deeltijds zwijgen
is in berg en dal de sterkste wandelstok

langs naamloze wegen,
langs naamloze wegen.

We prijzen de vertraging en het schuiven
van de vermoedelijke aankomsttijd. Het halve aanvaarden
is het schoonste ondergoed

langs naamloze wegen,
langs naamloze wegen.

Maar ‘s avonds als de poort gesloten is.
En wij leugenachtig liggen. En het zwart
komt flapperen. Des avonds aan de poort.

Dan oefenen we de list in. De wens
nog één keer van de oude boom een peer!
De ritmisch uitgesproken toverspreuk.

Blijven kleven zal de macabere plukker
en wenen en smeken en beloven nooit meer
weer te keren en vallen en verdwijnen

langs onverharde wegen (x4).

Het bovenstaande gedicht werd geschreven voor Poesia Divina 2018, georganiseerd door het Festival van Vlaanderen Kempen, Poëziecentrum en CC Zwaneberg.
Aan 9 dichters werd gevraagd een nieuwe psalmtekst te schrijven onder het motto Schaam je niet mens te zijn.