Schudden voor gebruik

Onderstaande recensie over de bundel WELCOME HYGIENE van Paul Bogaert werd gepubliceerd in: Blaazuit, februari 1997.

WELCOME HYGIENE. Gedichten.

Schudden voor gebruik

Harold Polis

Poëzie als een daad van hygiëne? In zijn debuutbundel WELCOME HYGIENE toont Paul Bogaert zich allerminst een kuise dichter.

Kijk mama, zonder handen

WELCOME HYGIENE bevat negen delen. Negen manieren om de gedachten te verzetten. Vele gedichten spelen met beelden die (letterlijk) op ontregeling en afstand wijzen. Afstand van emoties en van de taal. ‘Mijn hersens schuiven al,/ het zijn [de] bewegingen van straks. / Ik wou dat ik mijn doel vergat’, staat er in de cyclus ‘Geef vis altijd een bed van ijs’. Bij herhaling heeft Bogaert het over glibberige gevoelens. In de meeste gedichten is er sprake van relaties waarin de partners elkaar ontglippen. Die nadruk op ik, zij en wij maakt de teksten heel direct. En af en toe volgt er dan ook een relativerende commentaar, zoals in ‘Uw zaken niet’: ‘[I]k weet ik ben/ te ik-gericht, dit is een zalf,/ dit is stikstof…/’. De onrust die de motor is van deze teksten vraagt om stilgelegd te worden. En zo zou je de cyclus ‘Twee keer’ kunnen lezen als het aftasten van de mogelijkheden om de onrust uit te schakelen. Dat aftasten is ook een verlangen naar lichtheid, zonder hoop op redding. Doelmatigheid en toekomst zijn begrippen die worden vergeleken met een ‘bankschroef’. Of zoals Bogaert in de cyclus ‘Trappen’ schrijft: ‘Het valt me zwaar. Als ik naar boven ga,/ voel ik dat in mijn benen.’ Opluchting, daar is het Bogaert om te doen. Het blije moment wanneer er een last van je schouders valt. En omdat je blijkbaar niet ontsnapt aan wat je te wachten staat, kan je maar beter zweven. Ofwel verdwijn je in het ijle. Ofwel ga je hard tegen de grond. In WELCOME HYGIENE wordt de mentale zwaartekracht buitenspel gezet. De gedichten blijven hangende, als dossiers die niet worden afgesloten of beslissingen die steeds worden uitgesteld. De dichter als ‘cliffhanger’, een verbale waaghals die balanceert boven het niets.

Ode aan eau de javel

Paul Bogaert deinst er niet voor terug afzichtelijke woorden te gebruiken als ‘de indolentie’, ‘de factor winterweer’, ‘eetgerei’ of ‘eau de javel’. Maar hij heeft daarvoor goede redenen. Nu en dan moet hij zijn tekst laten knarsen. Zoals wanneer hij in het titelgedicht ‘Welcome hygiene’ een afscheid beschrijft dat gepaard gaat met een wrange scène. ‘Ik duwde eerst mijn ogen in/ en hield mijn hoofd naar achteren./ Dan goot ik de gaten vol/ met eau de javel en white spirit.’

Woorden die hard aankomen, zuiveren beter dan het meest bijtende schoonmaakmiddel. Daarom hanteert Bogaert ook vaak gij in plaats van jij. In ‘Stil’ bijvoorbeeld scherpt die ‘gij’ de kracht van de verwijten aan. De beste gedichten uit WELCOME HYGIENE zijn die waar tegenstellingen onverzoenbaar blijken: ‘De drang naar het beton,/ de mogelijkheid onwel te zijn./ Maar ook: de indolentie van de gel,/ de neiging nooit te drogen.’ Dat aanvoelen van de afstandelijkheid weet Bogaert meermaals zeer gevat te verwoorden. Zoals wanneer hij in het derde gedicht van de cyclus ‘Huisgerief’ doorsneeconsumentengedrag beschrijft. WELCOME HYGIENE is een bijzonder debuut.

[…]

POLIS, Harold – ‘Schudden voor gebruik. Paul Bogaert, Wislawa Szymborska en Paul van Ostaijen’ – In: Blaazuit, februari 1997.