‘Welkom, maar blijvend afwezig’ (Interview in Poëziekrant, 1998)

‘Paul Bogaert. Welkom maar blijvend afwezig’. Interview door Stefaan Evenepoel. - In: Poëziekrant, juli 1998, p. 18-19.
 


               

Eind 1996 verscheen de debuutbundel WELCOME HYGIENE van Paul Bogaert. Die publicatie is niet onopgemerkt voorbijgegaan: tal van critici bogen zich over de bundel, hij beleefde verrassend snel een tweede druk en werd zelfs al bekroond met de Prijs voor Letterkunde van de Provincie Vlaams-Brabant 1997. Naar aanleiding van die bekroning had Stefaan Evenepoel een gesprek met de dichter.

De titel WELCOME HYGIENE is bepaald ongewoon. Kan je zeggen wat die voor jou betekent?
‘WELCOME HYGIENE’ is de naam van een bekend producent van onderhoudsproducten voor sanitair. Ik had die al heel lang in mijn hoofd en het was ook sinds lang een uitgemaakte zaak dat ik die naam als titel zou gebruiken. Nu heet de firma trouwens Calmic, een naam die in de bundel ook voorkomt, maar dan in twee woorden geschreven “Calm ic” [als titel van een gedicht en van een cyclus]. Dat had iets Middelnederlands, vond ik, wat dan weer perspectieven opende voor andere uitwerkingen en appreciaties.

De titel WELCOME HYGIENE wijst op lichamelijk hygiëne, waaruit er linken ontstaan met mentale hygiëne. Dat wil zeggen met het opkuisen van de rommel in het hoofd: onrust, het constueren van gedachten, het maken van plannen. Maar er is ook een associatie met de vergeefsheid van al die pogingen om mijzelf, de wereld daarbuiten, mijn toekomst netjes onder controle te hebben. Neem nu bijvoorbeeld de wil om iets uit je hoofd te zetten, precies als gevolg daarvan ga je er nog meer aan denken en kan je de onrust al helemaal niet meer bedwingen. Die dubbele intentie zit in de bundel: alles in de hand willen hebben en tegelijk de absurditeit, zelfs de uiteindelijke onwenselijkheid daarvan goed beseffen. Tobben over de vraag hoe je getob kunt stoppen. Controledwang onder controle krijgen.’

En pijn?    
‘De gedichten laten, denk ik, ook sporen zien van fysieke pijn en van de wens om van die pijn verlost te worden. In de periode dat veel van de gedichten uit WELCOME HYGIENE ontstaan zijn, heb ik heel zware hoofdpijn gehad, zodat ik soms echt de wens koesterde om mijn hoofd eraf te schroeven, onder de kraan te houden, eens goed te schudden en al het onzuivere eruit te spoelen.’

De bundel is volledig opgebouwd in cycli. Alle gedichten behoren tot een reeks. Zegt dat iets over de aard van je poëzie?
‘Waarschijnlijk wel. Al is het niet zo dat ik daar na lang nadenken voor gekozen heb. In het begin schreef ik bijna nooit “losse” gedichten. Ik kwam bijna altijd uit bij een reeks van gedichten die bij elkaar hoorden, al dan niet toevallig. De bundel is overigens grotendeels chronologisch opgebouwd, volgens periode van ontstaan. Ik heb eraan geschreven van 1991 tot 1996.’

Hoe ga je met zo’n opbouw in reeksen om?
‘Ik beslis op voorhand uit hoeveel gedichten een bepaalde cyclus zal bestaan, meestal wijk ik daar niet meer van af. De manier waarop die gedichten dan samenhangen varieert. In “ZAND” gaat het bijvoorbeeld om drie gedichten die voor mij draaien rond het centrale thema “slapen” of “gaan slapen”. Die horen helemaal samen als verschillende aspecten van slapen: van het gaan slapen met de geliefde tot de dood. In een cyclus zoals “TWEE KEER” is de samenhang echter veel minder expliciet want die gedichten zijn niet samen ontstaan. Binnen het vooraf vastliggende kader van (in dit geval) vier gedichten hebben ze mekaar in zekere zin “gevonden”.’

[…]