HUISGERIEF


[Huisgerief] 1

Hier: een meubelzaak. Mijn meetlint
van papier ik rol dat op en af en
passeer de lampen rusteloos.

Als men nu verder zou kunnen gaan
staan of liggen ter plekke bij de rollen
stof bij voorbeeld die daar liggen in zichzelf,

ik zou in staat zijn dat te meten,
een reep, een stuk, een tong,
die eet en eet, juist dat te meten
wat mij belieft.


[Huisgerief] 2

Ik ben lang en ik wil iets kopen
- ik glijd niet uit - iets kopen
dat waar is.

Ik ben die vent, mager, zat
en ook die dame, bont om de arm, die ophoest wat

terzijde: wij zullen een vorm kiezen
en geld tellen de hoofden in de juiste richting
op elkaar leggende.


[Huisgerief] 3

Voor mij voorlopig - nu voor u:
Schikkingen, een wandelpad.
Hier kan men eenkleurig zijn
gelijk de boeken. Blijft van het namaakfruit!

Kunstlicht - matten (ruwharig) - volk.
Een restaurant.
Wat niet thuis hoort, hangt niet samen.

Men komt binnen. Komt maar binnen.
Denkt de omgeving weg en bedenkt wat ge al hebt!
Kijkt: een concentraat van wat is
mij dat hier.


Vorige cyclus | Volgende cyclus